Liturgie 18-01-2026
We zingen als aanvangslied lied 136:1,2,3.
Stil gebed.
Votum en groet.
We zingen het lied 136:4.
Gebed.
We zingen lied 121:1,3,4.
Leefregel.
We zingen lied 451:1,2,5.
Gebed.
We lezen Openb. 2:18-29
18 Schrijf aan de engel van de gemeente in Tyatira: ‘Dit zegt de Zoon van God, Die Ogen als vlammend vuur en voeten als brons heeft: 19 Ik weet, wat u doet, hoe liefdevol, gelovig, hulpvaardig en standvastig u bent; u doet nu zelfs meer dan vroeger. 20 Maar dit heb Ik tegen u: u laat die Izebel, die zichzelf profetes noemt, haar gang gaan, terwijl ze Mijn dienaren met haar uitspraken tot ontucht en het eten van heidens offervlees verleidt. 21 En hoewel Ik aan haar de tijd gegeven heb om met het leven, dat ze leidt, te breken, weigert ze om haar ontuchtig gedrag op te geven. 22 Ik zal haar ziek maken, en hen, die overspel met haar plegen in ellende storten, tenzij ze met haar breken; 23 haar kinderen zal Ik aan een dodelijke ziekte sterven laten. Laat elke gemeente beseffen, dat Ik Het ben, Die hart en ziel van de mens doorgrondt, en dat Ik ieder van u naar zijn daden belonen zal.
24 Tegen de rest van u in Tyatira, al degenen, die haar leer niet aanhangen, en die zich niet in de zogenaamde verborgenheden van satan verdiept hebben, zeg Ik: Ik leg u maar één last op: 25 houd vast aan, wat u hebt, totdat Ik kom.’ 26 Wie overwint, en Mij tot het einde navolgt, zal Ik over alle volken macht geven. 27 Met een ijzeren herdersstaf zal hij hen hoeden, als aardewerk worden ze verbrijzeld. 28 Ik geef aan hem macht, zoals Mijn Vader die aan Mij gegeven heeft. En Ik zal aan hem ook de morgenster geven. 29 Wie oren heeft, moet horen, wat de Geest tegen de gemeenten zegt.’
We zingen lied 440:4,3. ç in die volgorde!
Prediking.
We zingen lied 72:7,2. ç in die volgorde!
Gebed.
Collecte.
We zingen als slotlied lied 885.
Zegen.