Liturgie 16-08-2026
We zingen als aanvangslied lied 92:1,2,3.
Stil gebed.
Votum en groet.
We zingen lied 98:8.
Gebed.
We zingen lied 885.
Leefregel.
We zingen lied 25:2,4.
Gebed.
We lezen als bijbelgedeelte Rom. 8:1-17.
1. Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. 2. De wet van de Geest, Die in Christus Jezus leven brengt, heeft u van de wet van de zonde en de dood bevrijd. 3. Waartoe de wet niet in staat was, machteloos als hij door de menselijke natuur was, dat heeft God tot stand gebracht. 4. Vanwege de zonde heeft Hij Zijn eigen Zoon als Mens in dit zondige bestaan gestuurd; zo heeft Hij in dit bestaan met de zonde afgerekend, opdat in ons volbracht wordt, wat de wet van ons eist. Ons leven wordt immers niet langer door onze eigen natuur, maar door de Geest beheerst. 5. Wie zich door zijn eigen natuur leiden laat, is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich door de Geest leiden laat, is gericht op wat de Geest wil. 6. Wat onze eigen natuur wil, brengt de dood, maar wat de Geest wil, brengt leven en vrede. 7. Onze eigen wil staat vijandig tegenover God, want hij onderwerpt zich niet aan zijn wet, en is daartoe ook niet in staat. 8. Wie zich door zijn eigen wil leiden laat, kan God niet behagen. 9. Maar u leeft niet zo: u laat u door de Geest leiden, want de Geest van God woont in u. Iemand, die zich niet door de Geest van Christus leiden laat, behoort Christus ook niet toe. 10. Als Christus echter in u leeft, bent u door de zonde weliswaar sterfelijk, maar de Geest schenkt u leven, omdat u door God als rechtvaardigen aangenomen bent. 11. Want als de Geest van Hem, Die Jezus uit de dood opgewekt heeft, in u woont, zal Hij, Die Christus opgewekt heeft, ook u, die sterfelijk bent, door Zijn Geest, Die in u leeft, levend maken.
12. Broeders en zusters, we behoeven ons niet langer door onze eigen wil leiden te laten. Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. 13. Als u echter uw zondige wil door de Geest doodt, zult u leven. 14. Allen, die door de Geest van God geleid worden, zijn kinderen van God. 15. U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem met ‘Abba, Vader’ aanroepen te kunnen. 16. De Geest zelf verzekert onze geest, dat wij Gods kinderen zijn. 17. En nu we Zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten in Zijn lijden delen om zó met Hem leven te kunnen.
We zingen lied 840:1,2.
Prediking.
We zingen lied 755.
Gebed.
Collecte.
We zingen als slotlied lied 912:1,2,5,6.
Zegen.