Liturgie 12-07-2026
We zingen als aanvangslied lied 118:1,3.
Stil gebed.
Votum en groet
We zingen lied 118:5.
Gebed.
We zingen lied 43:3,4.
Leefregel.
We zingen lied 215:1,2,3,6,7
Gebed.
We lezen uit de bijbel Jozua 1.
Na de dood van Mozes, de dienaar van de Heer, zei de Heer tegen Jozua, de zoon van Nun en de rechterhand van Mozes: 2 ‘Nu Mijn dienaar Mozes gestorven is, moet jij je gereedmaken om met heel dit volk de jordaan over te trekken. Ga naar het land, dat Ik aan het volk van Israël geven zal. 3 Elk stuk grond, dat jullie betreden zullen, geef Ik aan jullie, zoals Ik aan Mozes beloofd heb. 4 Jullie gebied zal zich van de woestijn tot aan de Libanon, en van de grote rivier, de Eufraat, met het land van de Hethieten, tot aan de Grote zee in het westen uitstrekken. 5 Zolang je leeft, zal niemand tegen je standhouden kunnen. Zoals Ik Mozes bijgestaan heb, zo zal Ik ook jou bijstaan. lk zal niet van je zijde wijken, en je niet verlaten. 6 Wees vastberaden en standvastig, want jij moet dit volk leiden, wanneer ze het land veroveren, dat Ik aan hun geven zal, zoals Ik aan hun voorouders gezworen heb. 7 En houd je vòòr alles vastberaden en standvastig aan de wet, waarin Mijn dienaar Mozes je onderwezen heeft. Houd je altijd daaraan, en wijk op geen enkele manier ervan af, opdat je in alles, wat je doet, slagen zult. 8 Leg dat wetboek geen moment terzijde, en verdiep je dag en nacht erin, opdat je je aan alles houdt, wat erin geschreven staat. Dan zal alles, wat je onderneemt, voorspoedig verlopen. 9 lk gebied aan je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.’
10 Jozua gaf toen aan de schrijvers van het volk de opdracht: 11 ‘Ga het gehele kamp door, en zeg tegen het volk, dat het voor proviand zorgen moet. Het zal over 3 dagen de Jordaan overtrekken om het land in bezit te nemen, dat de Heer, hun God, aan hun geven zal.’ 12 Tegen de stammen Ruben en Gad en de 1e helft van de stam Manasse zei hij: 13 ‘Houd u aan de opdracht, die Mozes, de dienaar van de Heer, aan u gegeven heeft. Mozes heeft gezegd: “De Heer, uw God, zal aan u vrede schenken, en aan u dit gebied geven.” 14 En Mozes zei verder, dat uw vrouwen, kinderen en vee in dit gebied blijven mogen, dat Hij aan u aan deze zijde van de Jordaan toegewezen heeft. Maar alle weerbare mannen onder u moeten hun broeders in de strijd in slagorde voorgaan om hen te steunen, 15 totdat de Heer aan u allemaal vrede geeft, en ook zij het gebied in bezit genomen hebben, dat de Heer, uw God, aan hun geeft. Pas dan mag u teruggaan, en uw eigen gebied in bezit nemen, dat Mozes, de dienaar van de Heer, aan u ten oosten van de jordaan toegewezen heeft.’ 16 Zij antwoordden aan Jozua: ‘We zullen alles doen, wat u aan ons bevolen hebt, en overal naartoe gaan, waarheen u ons stuurt. 17 Zoals we naar Mozes geluisterd hebben, zo zullen we ook naar u luisteren. Moge de Heer, uw God, u bijstaan, zoals Hij Mozes bijgestaan heeft. 18 Iedereen, die niet naar u luistert, en zich tegen uw bevelen verzet, tegen welk bevel dan ook, zal gedood worden. Wees vastberaden en standvastig.’
We zingen lied 413.
Prediking.
We zingen lied 149:1,3.
(Her)bevestiging van ambtsdra(a)g(st)ers met als lied lied 134.
Gebed.
Collecte.
We zingen als slotlied lied 416.
Zegen.