liturgie 01-08-2021

ORDE VAN DE DIENST OP ZONDAG 1 augustus 2021 OM 10.00 UUR

We beluisteren als aanvangslied lied 45:1,3.

Stil gebed.

Votum en groet.

We beluisteren het klein gloria.

Gebed

We beluisteren lied 130:1,2.

Leefregel.

We beluisteren lied 130:3,4.

Gebed.

We lezen uit de bijbel Job 7.

1 Is het aardse leven van de mens geen slavendienst, brengt hij zijn dagen niet als een dagloner door? 2 Als een slaaf smacht hij naar schaduw, als een dagloner wacht hij op zijn loon. 3 Maanden van leegte heb ik ervaren, nachtenlang werd ik door ellende overmand. 4 Als ik slapen ga, vraag ik me af: ‘Wanneer sta ik weer op?’ Maar de avond duurt en duurt, en onrust vervult me, tot de ochtendwind komt.
5 Mijn lichaam is met wormen en korsten bedekt, mijn huid verschilfert, en laat los. Mijn dagen gaan sneller dan een weversspoel, ze haasten zich naar een einde zonder hoop. 7 Bedenk toch: in een zucht is mijn leven voorbij, nooit weer zal mijn blik het goede aanschouwen. 8 Het Oog, Dat op mij gericht is, zal niets zien: U kijkt naar mij, maar ik zal er niet zijn. Zoals wolken verwaaien en verdwijnen, zo daalt de mens voorgoed in het dodenrijk af. 10 Naar zijn huis keert hij niet terug, en zijn woonplaats zal hem niet meer kennen.
11 Maar ik zal mijn mond niet houden! Zo beklemd als mijn hart is, zal ik spreken, zo bitter als mijn ziel is, zal ik klagen. 12 Ben ik de zee of het zeemonster? Moet U mij daarom bewaken? 13 Want als ik zeg: ‘In mijn bed vind ik troost, mijn slaap zal mijn verdriet verzachten’, 14 dan schrikt U mij met dromen op, en de beelden, die ik zie, jagen me angst aan. 15 Liever zou ik gewurgd worden en sterven dan in dit lichaam blijven! 16 Ik kan niet meer, ik zal niet eeuwig leven; laat mij toch met rust, mijn dagen zijn al vluchtig.
17 Waarom acht U de mens zo hoog? Waarom krijgt hij al die aandacht van U? 18 Elke ochtend dringt U Zich aan hem op, U onderzoekt hem, elk ogenblik opnieuw. 19 Wanneer wendt U Uw Blik eens af, wanneer gunt U mij even rust, zodat ik slikken kan? 20 Heb ik gezondigd? Heb ik U iets misdaan, Bespieder van de mens? Waarom hebt U mij tot mikpunt gekozen? Ik ben mezelf al tot last. 21 Waarom negeert U mijn misstappen niet? Waarom gaat U aan mijn fouten niet voorbij? Weldra zal ik tot stof vergaan zijn: U zult naar me zoeken, maar ik zal er niet meer zijn.

We beluisteren lied 538:1,3,4.

Prediking.

We zingen lied 904:1,2.

Gebed.

We zingen als slotlied lied 912:1,2,3,6.

Zegen.