Liturgie 04-01-2026

Lieren, 4 januari 2026 

Orgelspel 

Lied 97 vers 1 en 3 

Bemoediging en groet 

Lied 97 vers 6 

Gebed om ontferming 

Genadeverkondiging 

Lied 864 vers 1 en 2 

Inleiding op de dienst : Epifanie

De reis van de drie koningen

Het was een koude tocht, en de slechtste tijd van het jaar voor een reis,
voor zulk een verre reis.
De wegen modderig, het weer guur. De kamelen, die hun knieën ontvelden, hun hoeven bezeerden, werden onhandelbaar en legden zich neer in de smeltende sneeuw.
Menigmaal dachten wij met spijt terug aan onze zomerpaleizen op bloeiende
berghellingen, aan meisjes, in zijde gehuld, die gekoelde wijn ronddienden.

Onze kampvuren wilden niet branden, onderdak was moeilijk te vinden, de steden waren vijandig, de dorpen stug, de gehuchten smerig en verschrikkelijk duur : het was een ellendige tocht.

Tenslotte reisden wij hele nachten door, sliepen zo nu en dan langs de kant van de weg.

Eindelijk, toen het licht werd, daalden we neer in een dal, vochtig,
onder de sneeuwlijn, geurend naar groeizaamheid; een beek snelde voort,
er waren drie bomen onder een bewolkte lucht.

Wij kwamen bij een herberg met wijngaardranken boven de stoep.
Zes handwerkslieden dobbelden bij de open deur om zilverlingen
en zes voetknechten schopten lege wijnzakken over de vloer.

Maar niemand kon ons inlichtingen verschaffen, en zo gingen we verder,
en bereikten pas ‘s avonds de plaats van bestemming;
het was de moeite waard.

Dit alles is lang geleden, ik heb het onthouden en zou het over willen doen.
Toch stel ik mijzelf één vraag : was het doel dat ons dreef geboorte of dood?

Wij waren getuigen van een geboorte, zeker, daar is geen twijfel aan.

Maar als ik vroeger geboorte of dood zag, dacht ik dat ze tegenstellingen waren. Deze geboorte echter was een onverbiddelijk een einde voor ons, zeg maar, een dood.

Wij keerden terug naar ons land, onze koninkrijken, maar voelden ons
niet meer thuis in de oude orde tussen vreemde mensen
die hun goden omklemmen.

vrij naar: T.S. Eliot (vertaling van Martinus Nijhoff)  

Zingen: Lied 518 vers 1 en 3 

Gebed om de opening van het woord 

1e schriftlezing: Jesaja 60, 1-6 

Zingen: lied 213 vers 1 en 5 

2e schriftlezing: Mattheüs 2 vers 1 – 12 

Zingen: Lied 489 vers 1 en 2 

Uitleg en verkondiging 

Orgelspel 

Zingen: Lied 654 vers 1 en 4 

Gebeden (afsluiten met stil gebed en Onze Vader) 

Collecte  

Zingen: Lied 416

Uitzending en zegen